Sinds 31 maart 2018 worden alle nieuwe wagens die de fabriek verlaten uitgerust met eeneCall-knop. Het gaat over een klein knopje in je wagen maar het is een volledig nieuwe noodoproeptechnologie die automatisch geactiveerd wordt bij een verkeersongeval. Dit systeem is van toepassing in heel de Europese Unie.

Een oproep die meteen geactiveerd wordt

Het eCallsysteem maakt een rechtstreekse verbinding tussen je wagen en de noodcentrale 112 mogelijk. Dit systeem baseert zich namelijk op airbags die uitklappen bij een botsing om automatisch een oproep te activeren.

Bovendien wordt de GPS-locatie van het voertuig ook verzonden zodat de operatoren zeker weten waar het ongeval zich heeft voorgedaan. Als er geen reactie van de bestuurder komt worden de hulpdiensten meteen ter plaatse gestuurd.

De eCall kan ook manueel geactiveerd worden. Als je bijvoorbeeld getuige bent van een verkeersongeval volstaat het om op de knop te drukken om meteen de hulpdiensten te contacteren.

Een minimum aan informatie

Naast het activeren van een oproep en het delen van de locatie wordt ook de volgende informatie  doorgestuurd naar de noodcentrale:

  • Het type voertuig: gaat het over een stationwagen, een motorfiets of een camionnette? Het type wagen is belangrijk zodat de hulpdiensten meteen de juiste maatregelen kunnen nemen wanneer iemand uit het voertuig gered moet worden.
  • De VIN-code van het voertuig: dit is het serienummer van je wagen
  • Het type brandstof
  • Het aantal passagiers

Bepaalde automerken zoals BMW en Mini sturen bijkomende informatie, zoals de rijrichting, de snelheid, de metingen die de sensoren hebben genomen en het aantal airbags die geactiveerd zijn.

Een onschatbare tijdswinst

Het primaire doel is om ervoor te zorgen dat de hulpdiensten snellerter plaatse zijn. In noodsituaties kan een te lange wachttijd het risico op overlijden sterk verhogen. Dankzij de eCall kunnen de operatoren van hulpdiensten meteen de juiste hulp sturen. Het doel van de Europese Unie is om het aantal dodelijke verkeersslachtoffers te verminderen met 2 500 gevallen. Nu tellen we er gemiddeld 40 000 per jaar.